"feestvreugde en gezang verstomden, maar zij lachte naar de dag van morgen"
Hier ligt verborgen een sterke vrouw, bescheiden en deugdzaam, haar waarde ging die van edelstenen te boven, de arme reikte zij de hand en men prees in de poorten haar daden, zij stond bekend om haar vroomheid, [...] en eigenschappen richtte zij op G*d en op de mensen: de voorname vrouwe Frijdche dochter van wijlen de dierbare heer David Kalker zts''l, vrouw van wijlen de heer Aharon zoon van de heer Avraham zts''l, zij is overleden in goede naam op de dag waarvan niet gezegd wordt dat het goed was, 14 Tamoez en zij werd begraven op dinsdag de 15de van dezelfde maand in het jaar 5502 T'N'Ts'B'H'
|