De kroontekst verwijst naar een piejoet uit de liturgie van Simchat Tora. Daarin is het Mosje Rabenoe die de berg opgaat en weer afdaalt met de Tora, maar in sommige versies worden meer namen toegevoegd, waaronder Tobias. Sommigen beweren dat Tov-iah (G*d is goed) een koosnaampje van de kleine Mosje was, die zijn vader Amram hem gaf.
Zie ook het commentaar bij de zerk van Duifje Koekoek in Den Helder door Barend Elburg: