Het Stenen Archief - Afgerond en lopend onderzoek

[23487]

(206)065
Gross
Regina (Reichle Mosje)
Mozes Gross & Sabine Gross
20-07-1914
Oswiecim
25-02-1951
Tilburg
Tilburg
Er is geen Nederlandse tekst.

באשר תמותי אמות ושם אקבר
פ"ט
הבתולה רייכלא בת הח' ר' משה
ושם אמה שפרינצא
נדרשה לישיבה של מעלה
במוצאי מנוחה ש"ק פ' כי ת'ש'א' לפ"ק
ת נ צ ב ה

(הנאהבים והנעימים בחי)יהם ובמותם לא נפרדו

“Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden.” (1)
Hier rust
de ongetrouwde vrouw Reichle, dochter van de chaveer, de heer Mosje
en de naam van haar moeder Sprientsa.
Zij werd opgeroepen voor de zitting hierboven
na het uitgaan van de rust van de heilige sabbat van de parasja “Ki Tisa” (2) (3) volgens de kleine telling.
T.N.Ts.B.H.

(“De beminden en de lieflijken waren in hun leven) en in hun sterven niet gescheiden.” (4)

 

(1) Ruth 1:17.
(2) De 21ste Tora-afdeling, Exodus 30:11 t/m 34:45.
(3) De letters van het woord “tisa” zijn gemarkeerd en hebben de waarde 701.
(4) 2 Samuel 1:23. Het begin van de tekst staat op steen (206)066.
Overleden: (vermoedelijk op) zondag 17 Adar 5701 = 16 maart of zaterdagavond 15 maart 1941.

 

Regina was de dochter van Mozes (Mojzesz) Gross, geb.
Oswiecim 06-06-1887. Het gezin Gross vluchtte in de zomer van 1933 van Dortmund naar Nederland. Het gezin woonde eerst op diverse adressen in Den Haag. In het najaar van 1940 werden ze gedwongen Den Haag te verlaten. Vanaf 2 oktober 1940 woonden ze op meerdere adressen in Tilburg. Het gezin Gross werd opgeroepen om zich op 28 augustus 1942 te melden voor 'werkverruiming' in Duitsland. Ze werden echter (voorlopig) vrijgesteld en doken onder. Ze overleefden de Sjoa en bleven in Tilburg wonen. Mojzesz Gross, koopman, woonde in 1948 met zijn gezin op Willem II-straat 18, naast de synagoge. Hij was na de oorlog enige tijd gazzan.
Het is niet bekend wanneer en waar Mozes Gross overleden is.
2025/04/11
Tom Verwaijen