Ik laat de vrede als een rivier naar haar toestromen (Jesaja 66:12)
Hier ligt verborgen
Een schat van bekoorlijkheid, als de geliefde vrouw van de man van haar jeugd.
Afgesneden is de bloem van zijn geluk, die bijna bloeide.
Voor de broer(?), voor de moeder in haar ouderdom geen stralende zon.
Dit (zou zijn) tot herstel van levensvreugde (Ruth 4:15), als loon voorhaar bekwame werk.
Zij, de dierbare mevr. Hanna, dochter van de heer Juda van Praag – zijn nagedachtenis zij tot zegen.
Vrouw van de arts, de geëerde Jacob, de zoon van de heer Tuvia Koetser – zijn nagedachtenis zij tot zegen.
Zij ging naar haar eeuwige bestemming op dinsdag 25 Eloel en zij werd in eer gebracht (begraven) op de volgende dag,
van het jaar “Aan alles, hoe volmaakt ook, zag ik een einde” (Psalm119:96) in de kleine telling.
Moge haar ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven.